Rapport over regionale spreiding cultuur

De minister van OCW stuurde onlangs het onderzoek Geografische Spreiding van cultuur in Nederland naar de Tweede Kamer. In de begeleidende brief schrijft de minister dat met dit rapport verschillende moties zijn afgedaan. Dat is opmerkelijk omdat het rapport geen antwoord geeft op die aangenomen moties. Zo komt bijvoorbeeld de breed aangenomen motie Mohandis en Rooderkerk – over het wettelijk verankeren van doelstellingen in de wet op het specifiek cultuurbeleid – niet aan bod.

De minister schrijft ook dat zij met een reactie komt nadat zij met medeoverheden (provincies en gemeenten) heeft gesproken. Kunsten ’92 is benieuwd naar de reactie van de medeoverheden en of volgens hen de moties voldoende zijn ingewilligd.

Inhoudelijk is het goed dat er een rapport is over geografische spreiding. Een eerste lezing laat zien dat het rapport meer kracht had gehad wanneer de volgende punten waren meegenomen:

– Een visie op spreiding van cultuurbeoefening. Het rapport is nu beschrijvend.
– Opname van sub-sectoren binnen de culturele en creatieve sector in aanvulling op de ‘klassieke’ indeling van cultuur.
– Naast organisaties ook aandacht voor kunstenaars. Het woord kunstenaar komt nauwelijks voor.
– Naast een pleidooi voor een ondergrens voor cultuur op verschillende plaatsen, ook ingaan op de discussie ‘wat moet of gaat waar naartoe’.
– Naast dansscholen ook andere disciplines van cultuurbeoefening meenemen in de rapportage.
– Ook de programmering op poppodia meenemen bij de telling van poppodia.

Heb jij ook bevindingen over het rapport? Deel die dan met ons en stuur ze naar info@kunsten92.nl